[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163",
    "date": "16-09-2026",
    "description": "Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig\n                           in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid\n                           en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling\n                           vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster\n                           dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek\n                           is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt\n                           vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek\n                           uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient\n                           te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is\n                           het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het\n                           lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling\n                           vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster\n                           dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek\n                           is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken\n                           bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als\n                           beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling\n                           heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van\n                           deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster\n                           deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar\n                           en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2849",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:181",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Klager verwijt de arts dat hij bij een knieoperatie zijn rechterbeen heeft rechtgezet\n                           zonder onderzoek te hebben gedaan naar de stand van zijn rechtervoet. Daarbij verwijt\n                           klager het ziekenhuis dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale\n                           toetsing van orthopedisch chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft\n                           beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft het klachtonderdeel\n                           over het ziekenhuis en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. Het\n                           Centraal Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9126",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:215",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster was opgenomen in\n                           een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster\n                           verwijt verweerster dat zij bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig\n                           lichamelijk onderzoek heeft verricht. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen\n                           over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens\n                           voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek.\n                           Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar\n                           dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk\n                           verwijtbaar gehandeld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3186",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:182",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Klaagster heeft zich in 2014 in verband met knieklachten tot de arts gewend. Aanvankelijk\n                           werd een conservatieve behandeling ingezet. In oktober 2014 werd zij in verband met\n                           een ontwrichting van de linkerknieschijf en een bloeding in het kniegewricht op de\n                           wachtlijst geplaatst voor een operatie die in januari 2015 plaatsvond. Klaagster verwijt\n                           de arts dat hij haar onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorgenomen operatie,\n                           de operatie niet lege artis heeft verricht en niet heeft gezorgd voor een zorgvuldige\n                           overdracht aan zijn collega-artsen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond\n                           verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep\n                           van klaagster."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9127",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:216",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling\n                           vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerder\n                           dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek\n                           is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt\n                           vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek\n                           uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient\n                           te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is\n                           het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het\n                           lichaam. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217",
    "date": "15-09-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling\n                           vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster\n                           dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek\n                           is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken\n                           bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel\n                           als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook\n                           met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen\n                           van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster\n                           deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar\n                           en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9352",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRZWO:2026:146",
    "date": "14-09-2026",
    "description": "Klacht tegen een huisarts gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens verjaring en voor\n                           het overige kennelijk ongegrond. Klaagster is in de periode 2014 tot en met 2017 meerdere\n                           malen op consult geweest bij de huisarts. Er werden verschillende onderzoeken verricht\n                           wegens buikklachten. Buiten een urineweginfectie waar klaagster antibiotica voor kreeg,\n                           kwamen daar geen afwijkingen uit naar voren. Uiteindelijk bleek sprake te zijn van\n                           endometriumcarcinoom (baarmoederkanker). Klaagster verwijt de huisarts dat zij haar\n                           niet tijdig heeft doorverwezen naar de gynaecoloog. Het college oordeelt dat de huisarts\n                           niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, er zijn geen aanwijzingen dat zij\n                           de klachten van klaagster niet juist heeft ingeschat of zij niet tijdig heeft verwezen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9693",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRZWO:2026:147",
    "date": "14-09-2026",
    "description": "Voorzittersbeslissing. Klagers klagen namens hun moeder (patiënte) over de behandeling\n                           van patiënte door de psychiater en over het afgeven van verklaringen door de psychiater\n                           ten behoeve van rechtszaken. De voorzitter oordeelt dat klagers kennelijk niet-ontvankelijk\n                           zijn voor zover ze klagen over de behandeling van patiënte en dat de klacht voor het\n                           overige kennelijk ongegrond is."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2850",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:180",
    "date": "14-09-2026",
    "description": "Klager verwijt de arts onder meer dat hij onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan, heeft\n                           gezegd dat een operatie aan klagers voet niet meer mogelijk was en een gebrek aan\n                           kennis van triple artrodese operaties heeft. Daarbij verwijt klager het ziekenhuis\n                           dat dit heeft kunnen gebeuren en dat de scholing en intercollegiale toetsing van orthopedisch\n                           chirurgen niet op orde is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk\n                           niet-ontvankelijk is voor wat betreft het klachtonderdeel tegen het ziekenhuis en\n                           dat de klacht voor het overige in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal\n                           Tuchtcollege oordeelt hetzelfde en verwerpt het beroep van klager."
  }
]