Overzicht medische tuchtzaken

24-08-2026 - 30-08-2026
15
Zaken
35
Week
2026
Jaar

Tuchtbode — Week 35 2026

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode, de nieuwsbrief die beoogt bij te dragen aan het lerend vermogen van het medisch tuchtrecht. Ook deze week analyseren we een reeks uitspraken om zorgprofessionals inzicht te geven in actuele tuchtrechtelijke thema’s. In deze editie komen onder meer het belang van tijdige diagnostische heroverweging, zorgvuldige communicatie en de gevolgen van een gebrek aan professionele reflectie aan bod.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Verschillende uitspraken benadrukken het belang van tijdige heroverweging van een werkdiagnose wanneer klachten aanhouden of er alarmsignalen zijn.
  • Zorgvuldige communicatie en informatievoorziening, inclusief duidelijke uitleg over de eigen hoedanigheid en het nakomen van toezeggingen, blijft een centraal thema.
  • Bij herhaaldelijk onzorgvuldig handelen en een gebrek aan reflectie legt het tuchtcollege zwaardere maatregelen op, waaronder voorwaardelijke schorsing en doorhaling.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 15
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
    • Huisarts: 8
    • Arts: 1
    • Bedrijfsarts: 1
    • Gezondheidszorgpsycholoog: 1
    • Psychiater: 1
    • Dermatoloog: 1
    • Anesthesioloog: 1
  • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 6

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_206

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: De huisarts bleef te lang uitgaan van de werkdiagnose ‘aspecifieke mictieklachten’, ondanks aanhoudende pijn en de aanwezigheid van erytrocyten in de urine.
  • Citaat: “Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden.”
  • Uitspraak en maatregel: deels gegrond, waarschuwing
  • Korte motivering: Het college oordeelde dat het urineonderzoek na enkele weken herhaald had moeten worden en dat een urinesedimentbepaling aangewezen was. De werkdiagnose was daarmee gebaseerd op onvolledig onderzoek.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Heroverweeg tijdig de werkdiagnose bij aanhoudende of verergerende klachten.
    • Verricht aanvullend onderzoek bij alarmsignalen zoals erytrocyten in urine in combinatie met pijn.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_152

  • Beroepsgroep: arts (onder supervisie van een bedrijfsarts)
  • Kern van het verwijt: De arts informeerde klaagster niet over zijn hoedanigheid en kwam een toezegging niet na dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen voordat deze naar de werkgever werd gestuurd.
  • Uitspraak en maatregel: gegrond, berisping
  • Korte motivering: Het college vond dat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed had uitgevoerd, een belangrijke toezegging niet nakwam, onvoldoende reflectie toonde en zich niet toetsbaar opstelde.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Informeer de patiënt of cliënt altijd duidelijk over je hoedanigheid en rol.
    • Kom toezeggingen over inzage in documenten vóór verzending aan derden na.
    • Stel je toetsbaar op en reflecteer op je eigen handelen.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_204

  • Beroepsgroep: dermatoloog
  • Kern van het verwijt: De dermatoloog informeerde klaagster voorafgaand aan een behandeling met botulinetoxine onvoldoende, beëindigde de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder zorgvuldigheid, handelde onzorgvuldig bij de verslaglegging en schoot tekort in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer.
  • Uitspraak en maatregel: grotendeels gegrond, voorwaardelijke schorsing van zes maanden
  • Korte motivering: Gelet op de ernst en samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in eigen handelen en een eerder opgelegde berisping, achtte het college een voorwaardelijke schorsing passend.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Zorg voor volledige en begrijpelijke informatieverstrekking voorafgaand aan een behandeling (informed consent).
    • Beëindig een behandelrelatie uitsluitend met een gewichtige reden en met inachtneming van de geldende zorgvuldigheidseisen.
    • Houd een nauwkeurig en volledig medisch dossier bij.
    • Communiceer helder over de klachtenprocedure en je BIG-registratienummer.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_205

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: De huisarts probeerde patiënten actief te weerhouden van COVID-19-vaccinatie door ongevraagd eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie te verstrekken en wierp met een informed consent-formulier ten onrechte een drempel op voor wie zich wel wilde laten vaccineren.
  • Uitspraak en maatregel: gegrond, onvoorwaardelijke doorhaling van de inschrijving in het BIG-register
  • Korte motivering: Het college baseerde de zwaarste maatregel op de ernst van de gedragingen en de onwrikbaarheid van de ideeën van de huisarts.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Verstrek altijd objectieve, evenwichtige en medisch juiste informatie.
    • Oefen geen ongepaste druk uit op patiënten bij het maken van medische keuzes.
    • Respecteer de professionele grenzen van je rol als arts.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:175

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_175

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: De huisarts zou bij een kind met oorpijn en hoofdpijn niet tijdig een hersenvliesontsteking hebben herkend en haar niet hebben verwezen; dezelfde avond bleek na verwijzing via de HAP sprake van meningitis.
  • Uitspraak en maatregel: ongegrond (zowel in eerste aanleg als in beroep)
  • Korte motivering: De huisarts had adequaat onderzoek verricht, overlegd met een kinderarts en zag op basis van de bevindingen geen aanleiding voor verwijzing. Het Centraal Tuchtcollege onderschreef dat oordeel.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Adequaat onderzoek en laagdrempelig overleg met een specialist kunnen volstaan, ook als later een ernstige diagnose wordt gesteld.
    • Het tuchtrecht toetst niet met de wijsheid achteraf, maar beoordeelt of het handelen op het moment zelf aan de professionele standaard voldeed.

5. CONCLUSIE

Deze week onderstreept het tuchtrecht het belang van een actieve, heroverwegende houding bij aanhoudende klachten en van zorgvuldige communicatie over rol, toezeggingen en informatie. Tegelijkertijd laten de uitspraken zien dat het tuchtcollege grenzen stelt aan de verantwoordelijkheid van zorgverleners en niet met terugwerkende kracht oordeelt. Waar sprake is van herhaald onzorgvuldig handelen en een gebrek aan reflectie, schuwt het college zware maatregelen niet.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147
28-08-2026
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152
28-08-2026
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530
28-08-2026
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914
28-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571
28-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919
27-08-2026
Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen. De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening) kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763
26-08-2026
Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond. Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888
26-08-2026
Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9035
25-08-2026
Kennelijk ongegrond klacht. Klager is bij een beoordeling in het kader van een crisis gezien door verweerder, psychiater. Deze adviseerde klager de olanzapine in te nemen die klager op dat moment bij zich had. Klager vindt dit onzorgvuldig, aangezien de olanzapine juist ten behoeve van afbouw gedoseerd was klaargemaakt.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172
25-08-2026
Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren. De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd, de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer. Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak, legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870
25-08-2026
Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren, door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103
24-08-2026
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122
24-08-2026
.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152
24-08-2026
De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544
21-08-2026
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.
Bekijk volledige zaak →