[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206",
    "date": "28-08-2026",
    "description": "Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152.\n                           Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke\n                           werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die\n                           tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven\n                           dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn)\n                           in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat\n                           na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling\n                           was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd\n                           op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende\n                           serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt\n                           een waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207",
    "date": "28-08-2026",
    "description": "Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147.\n                           Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke\n                           werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die\n                           tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven\n                           dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn)\n                           in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat\n                           na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling\n                           was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd\n                           op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende\n                           serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt\n                           een waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208",
    "date": "28-08-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd,\n                           maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn\n                           ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat\n                           klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209",
    "date": "28-08-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor\n                           zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het\n                           college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld\n                           in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen\n                           zijn kennelijk ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9571",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:210",
    "date": "28-08-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt voorop dat GGZ-instanties\n                           (en de daar werkende psychiaters) een eigen verantwoordelijkheid hebben waarop de\n                           huisarts geen toezicht heeft. Een huisarts heeft ook niet de expertise om de GGZ-hulpverlening\n                           te controleren, te sturen en/of te beoordelen. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk\n                           ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8919",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRZWO:2026:133",
    "date": "27-08-2026",
    "description": "Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog. Klager maakt de gz-psycholoog verschillende\n                           verwijten over onder andere grensoverschrijdend gedrag en onprofessioneel handelen.\n                           De gz-psycholoog heeft de verwijten gemotiveerd weersproken. Het college oordeelt\n                           dat klager ten aanzien van een klachtonderdeel (verbreken ethische code) niet kan\n                           worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende en voor het overige (bejegening)\n                           kennelijk ongegrond vanwege het ontbreken van een vaststaande feitelijke grondslag"
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8763",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:152",
    "date": "26-08-2026",
    "description": "Klaagster klaagt erover dat een arts onder supervisie van een bedrijfsarts haar onder\n                           meer niet heeft geïnformeerd over zijn hoedanigheid en dat hij een toezegging dat\n                           zij eerst inzage in haar FML zou krijgen, voordat deze naar haar werkgever zou worden\n                           gestuurd, niet is nagekomen. Het tuchtcollege verklaart de klacht op deze punten gegrond.\n                           Maatregel: berisping omdat verweerder heel basale essentiële zaken niet goed heeft\n                           uitgevoerd, hij een belangrijke toezegging betreffende de FML niet is nagekomen, hij\n                           onvoldoende reflectie toont op zijn handelwijze en zich niet toetsbaar heeft opgesteld."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8888",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRSHE:2026:153",
    "date": "26-08-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij, na zijn betrokkenheid\n                           bij klager als bedrijfsarts, zich negatief heeft uitgelaten over klager. Ook heeft\n                           verweerder onjuistheden is in zijn verklaring over klager opgenomen. Verweerder heeft\n                           erkend dat hij zich negatief heeft uitgelaten over klager en dat deze verklaringen\n                           onjuistheden bevatten. Verweerder ziet nu in dat hij als bedrijfsarts geen verklaring\n                           kan geven op verzoek van een werkgever of een werknemer indien die zelf betrokken\n                           is geweest bij de casus. Het college heeft voorwaardelijke schorsing overwogen en\n                           legt verweerder, gezien de omstandigheden, de maatregel berisping op."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9035",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRZWO:2026:134",
    "date": "25-08-2026",
    "description": "Kennelijk ongegrond klacht. Klager is bij een beoordeling in het kader van een crisis\n                           gezien door verweerder, psychiater. Deze adviseerde klager de olanzapine in te nemen\n                           die klager op dat moment bij zich had. Klager vindt dit onzorgvuldig, aangezien de\n                           olanzapine juist ten behoeve van afbouw gedoseerd was klaargemaakt."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9172",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:204",
    "date": "25-08-2026",
    "description": "Grotendeels gegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft klaagster\n                           behandeld met botulinetoxine injecties in de oksels in verband met overmatig transpireren.\n                           De dermatoloog heeft klaagster voorafgaand aan de behandeling onvoldoende geïnformeerd,\n                           de behandelrelatie zonder gewichtige reden en zonder inachtneming van de daarvoor\n                           geldende zorgvuldigheidseisen beëindigd, onzorgvuldig gehandeld bij de verslaglegging\n                           en is tekortgeschoten in de communicatie over de klachtenafhandeling en het BIG-registratienummer.\n                           Gelet op de ernst en de samenhang van de gegrond bevonden klachtonderdelen, het ontbreken\n                           van inzicht in het eigen handelen en een opgelegde berisping in een eerdere tuchtzaak,\n                           legt het college een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7870",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRAMS:2026:205",
    "date": "25-08-2026",
    "description": "Gegronde klacht van de IGJ tegen een huisarts. Het college overweegt onder andere\n                           dat uit de vermelde feiten blijkt dat de huisarts zijn patiënten er actief van heeft\n                           proberen te weerhouden zich (ook door een andere zorgverlener) te laten vaccineren,\n                           door zich jegens hen op diverse wijzen en ongevraagd zeer kritisch en negatief uit\n                           te laten over de COVID-19-vaccinaties. Met de telefonische benadering van driehonderd\n                           patiënten, het informed consent-formulier, de in die gesprekken en dat formulier verstrekte\n                           eenzijdige, ongenuanceerde en onjuiste informatie en met het vereiste van ondertekening\n                           in het formulier de huisarts ten onrechte een drempel heeft opgeworpen voor de patiënten\n                           die wel gevaccineerd wilden worden. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Al met al\n                           komt het college, op grond van de ernst van de aan de huisarts verweten gedragingen\n                           en de onwrikbaarheid van zijn ideeën, tot de maatregel van onvoorwaardelijke doorhaling\n                           van zijn inschrijving in het BIG-register."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:175",
    "date": "24-08-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn\n                           en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien.\n                           De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de\n                           huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts\n                           schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter\n                           naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog\n                           gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts\n                           geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij\n                           via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege\n                           is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:176",
    "date": "24-08-2026",
    "description": "."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZCTG:2026:177",
    "date": "24-08-2026",
    "description": "De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als\n                           patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie.\n                           Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster\n                           en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst\n                           en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft\n                           klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard.\n                           Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel\n                           beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege\n                           en verwerpt de beroepen."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137",
    "date": "21-08-2026",
    "description": "Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster\n                           1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd\n                           op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst\n                           in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie\n                           gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren\n                           van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon\n                           worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt\n                           betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen."
  }
]