Overzicht medische tuchtzaken

17-08-2026 - 23-08-2026
14
Zaken
34
Week
2026
Jaar

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief, week 34 2026. Deze nieuwsbrief helpt zorgprofessionals om met een lerende blik naar medische tuchtzaken te kijken. In deze editie bespreken we opvallende patronen rond supervisie in de bedrijfsgezondheidszorg, communicatie bij palliatieve zorg en de reikwijdte van ontvankelijkheid in beroepszaken.

2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Verschillende zaken benadrukken het belang van adequate supervisie en de aansprakelijkheid van superviserend artsen in de arbo- en bedrijfsgezondheidszorg.
  • Communicatie met patiënt en naasten, alsook een deugdelijke overdracht aan vervangers, bleek een doorslaggevend knelpunt in tuchtzaken over directe patiëntenzorg.
  • Het Centraal Tuchtcollege bewaakt strikt de verjaringstermijn maar toetst tegelijk of een klacht voldoende duidelijk is; formeel-juridische gronden kunnen leiden tot gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken deze week: 14
  • Aantal zaken per beroepsgroep:
    • huisarts: 6
    • bedrijfsarts: 3
    • arbo-arts: 1
    • psychiater: 1
    • kno-arts: 1
    • verpleegkundig specialist ggz: 1
    • oogarts: 1
  • Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 3 (allen berisping)

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_202

  • Beroepsgroep: arbo-arts (basisarts onder supervisie)
  • Kern van het verwijt: tijdens verzuimbegeleiding schortte het aan de beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, beoordeling belastbaarheid, omgang met een second-opinionverzoek en het werken onder supervisie.
  • Citaat: “De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond.”
  • Uitspraak en maatregel: gedeeltelijk gegrond, berisping
  • Korte motivering van het tuchtcollege: het college oordeelt dat de arbo-arts op essentiële onderdelen van de verzuimbegeleiding onzorgvuldig heeft gehandeld en onder onvoldoende supervisie heeft gewerkt.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Werk als basisarts alleen onder duidelijke en vastgelegde supervisie; maak afspraken over terugkoppeling en stel tijdig bij.
    • Informeer zowel werkgever als werknemer helder over de grenzen en inhoud van de begeleidingsrelatie.
    • Neem een second-opinionverzoek serieus en reageer hier transparant op, met respect voor de wens van de werknemer.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_203

  • Beroepsgroep: bedrijfsarts
  • Kern van het verwijt: onvoldoende invulling van de verantwoordelijkheid als supervisor over de arbo-arts die de verzuimbegeleiding uitvoerde; gebrekkige beëindiging van de begeleidingsrelatie en klachtafhandeling, en onzorgvuldige afhandeling van het second-opinionverzoek.
  • Citaat: “De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond.”
  • Uitspraak en maatregel: gedeeltelijk gegrond, berisping
  • Korte motivering van het tuchtcollege: de bedrijfsarts heeft als supervisor onvoldoende actief invulling gegeven aan haar taak en is op meerdere momenten tekortgeschoten in de begeleiding en afhandeling van klachten.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Zorg als supervisor voor regelmatige inhoudelijke bespreking van casuïstiek en documenteer deze consultatie in het dossier.
    • Neem de verantwoordelijkheid voor het volledige zorgproces dat onder jouw supervisie valt, inclusief een correcte beëindiging en klachtafhandeling.
    • Reageer proactief op een second-opinionverzoek en koppel de uitkomst terug aan de betrokken werknemer.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_146

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: de dochter van een overleden patiënte verwijt de huisarts dat er geen gesprek over palliatieve sedatie is gevoerd, dat de morfinepomp niet gelijk met de sedatie is gestart (waardoor ontwenningsverschijnselen optraden), dat er geen overdracht voor waarneming was en dat app-berichten onprofessioneel werden afgesloten.
  • Citaat: “De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg.”
  • Uitspraak en maatregel: gedeeltelijk gegrond, berisping
  • Korte motivering van het tuchtcollege: de huisarts heeft onvoldoende oog gehad voor heldere communicatie met patiënt en naasten, en heeft de continuïteit van zorg onvoldoende gewaarborgd door het ontbreken van een overdracht.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Voer altijd tijdig een open gesprek met patiënt en naasten over de keuze, het doel en de uitvoering van palliatieve sedatie.
    • Start de morfinepomp conform medische richtlijnen en weeg het risico op ontwenningsverschijnselen mee in het plan.
    • Zorg dat bij afwezigheid een duidelijke overdracht aanwezig is voor de waarnemend arts, met daarin de actuele afspraken over palliatieve zorg.
    • Bewaak professionaliteit in alle communicatie, ook in korte schriftelijke berichten zoals apps.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:169

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_169

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: klager wilde een verwijzing naar een orthopeed vanwege vermeende scheenbeenbreuk; de huisarts verwees zonder lichamelijk onderzoek naar een fysiotherapeut. Later werd elders een breuk vastgesteld.
  • Uitspraak en maatregel: ongegrond (beroep verworpen)
  • Korte motivering van het tuchtcollege: het Centraal Tuchtcollege volgt het regionale oordeel dat de huisarts in redelijkheid tot de gekozen verwijzing heeft kunnen besluiten, gezien de gepresenteerde klachten.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Licht de klinische redenering achter een verwijzing toe, zodat de patiënt de gemaakte keuze begrijpt.
    • Leg de overwegingen om af te wijken van een gewenste verwijzing goed vast in het dossier.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:168

https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_168

  • Beroepsgroep: huisarts
  • Kern van het verwijt: klager verwijt de huisarts gebrekkige verwijzing naar een psychiater en nalatigheid gedurende achttien jaar psychiatrische behandeling. De voorzitter verklaarde klager deels niet-ontvankelijk wegens verjaring en onduidelijkheid. In beroep oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat klager gedeeltelijk ontvankelijk is, maar de klacht wordt ongegrond verklaard.
  • Citaat: “De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is.”
  • Uitspraak en maatregel: niet-ontvankelijk voor verjaarde onderdelen, voor het overige ontvankelijk maar ongegrond
  • Korte motivering van het tuchtcollege: het Centraal Tuchtcollege respecteert de verjaringstermijn maar oordeelt dat het resterende klachtonderdeel inhoudelijk niet gegrond is; van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is niet gebleken.
  • Concrete leerpunten voor de praktijk:
    • Verwijsbrieven dienen een concrete hulpvraag te bevatten; ontbreekt die niet, dan kan de verwijzing toch toereikend zijn als de klinische context duidelijk is.
    • Houd er rekening mee dat klachten over handelen van lang geleden buiten de reikwijdte van het tuchtrecht kunnen vallen door verjaring.

5. CONCLUSIE

Deze week maakt zichtbaar dat heldere communicatie en een actieve invulling van supervisie structurele aandachtspunten blijven in het tuchtrecht. Ook benadrukken de beroepsprocedures dat formele grenzen, zoals verjaring, het inhoudelijk beoordelen van oude klachten kunnen beperken. De zaken nodigen uit tot reflectie op ieders verantwoordelijkheid in ketenzorg en op het zorgvuldig documenteren van gemaakte keuzes.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174
21-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:201 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9497
21-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De klager was uitgenodigd voor een fysiek consult met de bedrijfsarts voor een claimbeoordeling na ziekmelding. De klacht van klager ziet kort gezegd op de communicatie daarover. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:202 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9215
21-08-2026
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager is tijdens zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door de arbo-arts, die als basisarts onder supervisie van een bedrijfsarts werkzaam was. De klachtonderdelen over beëindiging van de begeleidingsrelatie, informatieverstrekking aan de werkgever, de beoordeling van de belastbaarheid, de omgang met een verzoek om second opinion en werken onder supervisie zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216
21-08-2026
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991
20-08-2026
Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051
20-08-2026
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072
20-08-2026
De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148
19-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9203
19-08-2026
Gedeeltelijke gegronde klacht tegen huisarts. Maatregel berisping. De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg. Daarnaast heeft verweerder geen overdracht geregeld voor wanneer verweerder niet bereikbaar was. Ook wordt verweerder verweten dat hij zijn app-berichten onprofessioneel heeft afgesloten.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896
19-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9329
19-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. De dochter van klagers had KNO-klachten. Klagers verwijten de huisarts onvoldoende dossier te hebben uitgevoerd door de klachten van de dochter en de gevolgen daarvan voor de dochter onvoldoende te noteren en door niet in het medisch dossier van dochter te noteren op welke wijze de huisarts de AIOS superviseerde. Ook verwijten klagers de huisarts een delay in de diagnostiek en in de verwijdering van de keelamandelen door de diagnose tonsillitis te missen. Tenslotte wordt de huisarts verweten de afwikkeling van de aansprakelijkstelling te hebben vertraagd.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8547
19-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen kno-arts in verband met uitgebrachte expertise. Rapportage voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld. De kno-arts heeft de voor het onderzoek bepaalde normaalwaarde niet genegeerd en geen gebruik gemaakt van verkeerde cijfers. De kno-arts heeft op concrete, inzichtelijke en wetenschappelijk onderbouwde wijze beschreven hoe hij tot zijn conclusies is gekomen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9149
19-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen verpleegkundig specialist GGZ. De klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek regiebehandelaar. Klager heeft de behandelingen gehad die de instelling hem kon bieden. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond. Vertrek van verweerster en opvolgend regiebehandelaar is besproken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9118
17-08-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een oogarts. Klager kampt al lange tijd met glaucoom. Klager vindt dat de oogarts een te lange termijn voor de controle heeft aangehouden toen zij hem doorverwees, waardoor een tijdige behandeling uitbleef. Klager is tijdens zijn vakantie blind geworden. Het college is van oordeel dat de oogarts in de situatie van klager in redelijkheid heeft kunnen besluiten aan de doorverwijzing een termijn van drie maanden te verbinden. Het college beoordeelt niet of er een causaal verband bestaat tussen de door de oogarts bepaalde termijn en de bij klager plotseling opgetreden blindheid.
Bekijk volledige zaak →