📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274
22-05-2026
Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut
ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie
met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar
minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het
college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een
maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8511
20-05-2026
Ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden klagen over de
spoedoverplaatsing van patiënt naar een andere woonzorglocatie, het niet tijdig en
onvoldoende informeren van de familie en over het medicatiebeleid. Dementie in combinatie
met zeer ernstig probleemgedrag. Noodsituatie en het waarborgen van veiligheid van
patiënt, medebewoners en zorgverleners. Meerdere keren met familie gesproken over
overplaatsing in het belang van patiënt. Familie stond daar niet voor open. Geen aanknopingspunt
voor onzorgvuldig medicatiebeleid .
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8711
20-05-2026
Kennelijk ongegronde klacht psychiater. Klager stelt dat verweerster in een intakeverslag
ten onrechte een DSM-classificatie heeft opgenomen, dat zij veel informatie heeft
weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen.
Verder heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens
verspreid en heeft zij niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld.
Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar dat
die klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden
gemaakt. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen
op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie steunen.
De feiten, omstandigheden en bevindingen die verweerster heeft opgenomen zijn naar
het oordeel van het college relevant en adequaat. Verweerster heeft het intakeverslag
gedeeld met klagers huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring
is daarvoor namens klager toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag
hiernaast nog met anderen heeft gedeeld, kan het college niet vaststellen. Feiten
of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn niet aangedragen. De vraag wie klager heeft
verwezen is door de maatschappelijk werkster beantwoord.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2984
20-05-2026
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april
2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar
is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven.
Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten,
zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte
een PEG-J sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de
voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is
geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8378
20-05-2026
Klager klaagt over een door de psychiater opgesteld Pro Justitia-rapport waarin hij
vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis,
en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Volgens
klager bevat het rapport veel feitelijke onjuistheden. Klager heeft bovendien contra-expertises
laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Daarnaast klaagt hij
over de bejegening door klager. Het college oordeelt dat klager geen gebruik heeft
gemaakt van zijn inzage- en correctierecht, zodat eventuele feitelijke onjuistheden
in beginsel voor zijn rekening en risico komen. Daarnaast oordeelt het college dat
de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld en dat zijn bevindingen steun vinden in de
aan hem n het kader van het onderzoek beschikbaar gestelde informatie. De risicotaxatie
is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Dat verweerder klager
onheus heeft bejegend, heeft het college niet kunnen vaststellen. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8371
20-05-2026
Klager klaagt over een door de gz-psycholoog opgesteld Pro Justitia-rapport waarin
zij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische
stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert.
Klager heeft contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren.
Het college oordeelt dat de gz-psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld en haar conclusies
voldoende heeft onderbouwd op basis van de beschikbare informatie. Er staan geen aantoonbaar
feitelijke onjuistheden in het rapport en klager heeft de kans had om correcties aan
te geven. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar.
Klacht ongegrond
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8528
20-05-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen klinisch psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek.
Hij wenst te worden overgeplaatst naar een kliniek voor langdurige forensische psychiatrische
zorg. Verweerder heeft een psychologisch onderzoek verricht en een rapport uitgebracht.
Klager stelt dat verweerder in zijn rapport ten onrechte heeft opgenomen dat sprake
is geweest van meerdere ontvluchtingsplannen en dat verweerder deze onjuistheid heeft
gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau. Het college
is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. De klinisch psycholoog baseerde
zich op documenten van anderen en heeft geen gebruik gemaakte van zijn inzage- en
correctierecht. Uit het rapport volgt verder dat verweerder het bestaan van een of
meerdere ontvluchtingsplannen juist niet heeft gebruikt ter onderbouwing van het door
hem geadviseerde beveiligingsniveau.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8620
20-05-2026
Kennelijk ongegronde klacht gezondheidspsycholoog. Klager was bij de gezondheidspsycholoog
onder behandeling in verband met trauma-gerelateerde klachten. Die behandeling is
door verweerster beëindigd in verband met gevoelens van verliefdheid van klager jegens
verweerster. Klager stelt dat verweerster de behandeling eerder had moeten stopzetten
en dat verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door e-mails van klager door
te sturen naar de politie. Het college is van oordeel dat klager in zijn klacht kan
worden ontvangen. Er staat geen rechtsregel in de weg aan de klacht van klager bij
zowel het college als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Verweerster
wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat klager misbruik heeft gemaakt van zijn
bevoegdheid door een klacht bij het college in te dienen. De omstandigheid dat klager
is veroordeeld voor het stalken van verweerster en het feit dat hij over hetzelfde
feitencomplex als in deze zaak een klacht bij het NIP heeft ingediend, zijn zowel
op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, hiervoor onvoldoende. Het college
is verder van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster heeft, toen
bleek dat klager gevoelens van verliefdheid voor haar had, de zorg heeft verleend
die van haar mocht worden verwacht. Zij heeft haar beroepsgeheim niet geschonden.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7390
20-05-2026
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden van
patiënt klagen onder meer over de weigering mee te werken aan een second opinion,
het onterecht opleggen van een maatregel aan klager, onvoldoende toezicht en onvoldoende
correctieve actie, onvoldoende bekend zijn met de patiënt en het niet waarborgen van
complexe zorg. Klacht over second opinion en onvoldoende bekendheid met patiënt zijn
gegrond. Verschillende rollen van verweerder: mediator, medebehandelaar, supervisor.
In zijn rol van medebehandelaar had verweerder moeten verifiëren of een second opinion
nog wel gewenst was. Verweerder heeft zich onvoldoende in het patiëntendossier verdiept.
Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947
19-05-2026
Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig
aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap
die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster
als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet
geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt
en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht
gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving
in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte
van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan
met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526
19-05-2026
Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De
verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster
geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster
had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest
bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig
acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist
heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968
19-05-2026
Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder
andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld
door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist
en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat
de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium
nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische
situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had
de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een
medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts
ondermaats geweest. Berisping.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241
19-05-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS
dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en
haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster
na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat
informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben
gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet
vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch
dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en
dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en
de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk
ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843
19-05-2026
Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne
geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond
verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager
afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038
19-05-2026
Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels
overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd
en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder.
Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege
verwerpt het beroep.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524
19-05-2026
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden
door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster
had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van
dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een
andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de
gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015
19-05-2026
Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met
haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie
was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster
en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is
klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling.
Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw
het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart
dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster
tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938
19-05-2026
Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige
dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie
privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een
seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie
de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe
een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen.
Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige
de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie
maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep
tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het
Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor
zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige
een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8525
19-05-2026
Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, die ook geneesheer-directeur
is, heeft een afweging gemaakt in de rol van psychiater, en niet in de rol van geneesheer-directeur.
Tweede tuchtnorm. De psychiater onderschreef het tijdens het MDO afgesproken beleid
om contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven
dit niet te willen. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was
dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd
op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3016
19-05-2026
Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen
met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychotherapeut. Nadat die behandelrelatie
was geëindigd, is de psychotherapeut gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster
en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is
klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling.
Klaagster verwijt de psychotherapeut onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw
het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart
dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster
tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.
Bekijk volledige zaak →