[
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8274",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_118",
    "date": "22-05-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut\n                           ten aanzien van de communicatie met klager en het beëindigen van de behandelrelatie\n                           met de dochter van klager onzorgvuldig heeft gehandeld en niet het belang van haar\n                           minderjarige patiënt voorop heeft gesteld. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Het\n                           college volstaat in dit geval met een gegrondverklaring zonder de oplegging van een\n                           maatregel."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8511",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_91",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Ongegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden klagen over de\n                           spoedoverplaatsing van patiënt naar een andere woonzorglocatie, het niet tijdig en\n                           onvoldoende informeren van de familie en over het medicatiebeleid. Dementie in combinatie\n                           met zeer ernstig probleemgedrag. Noodsituatie en het waarborgen van veiligheid van\n                           patiënt, medebewoners en zorgverleners. Meerdere keren met familie gesproken over\n                           overplaatsing in het belang van patiënt. Familie stond daar niet voor open. Geen aanknopingspunt\n                           voor onzorgvuldig medicatiebeleid ."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8711",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_92",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht psychiater. Klager stelt dat verweerster in een intakeverslag\n                           ten onrechte een DSM-classificatie heeft opgenomen, dat zij veel informatie heeft\n                           weggelaten ten opzichte van het besprokene en niet-besproken zaken wel heeft opgenomen.\n                           Verder heeft verweerster volgens klager zonder zijn toestemming (medische) gegevens\n                           verspreid en heeft zij niet toegelicht wie klager voor het intakegesprek heeft aangemeld.\n                           Het college is van oordeel dat klager kan worden ontvangen in zijn klacht, maar dat\n                           die klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden\n                           gemaakt. Het intakeverslag zet op voldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen\n                           op welke gronden de beschrijvende diagnose en (bijkomende) DSM-classificatie steunen.\n                           De feiten, omstandigheden en bevindingen die verweerster heeft opgenomen zijn naar\n                           het oordeel van het college relevant en adequaat. Verweerster heeft het intakeverslag\n                           gedeeld met klagers huisarts, die hem had verwezen. Blijkens de toestemmingsverklaring\n                           is daarvoor namens klager toestemming verleend. Dat verweerster het intakeverslag\n                           hiernaast nog met anderen heeft gedeeld, kan het college niet vaststellen. Feiten\n                           of omstandigheden waaruit dit blijkt zijn niet aangedragen. De vraag wie klager heeft\n                           verwezen is door de maatschappelijk werkster beantwoord."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2984",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_103",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, hierna patiënte, was in april\n                           2022 opgenomen in het ziekenhuis vanwege ondervoeding door slikproblemen en aldaar\n                           is een neusmaagsonde geplaatst. Patiënte kreeg als thuismedicatie macrogol voorgeschreven.\n                           Na ontslag bleef patiënte last houden van de sonde en ondervond zij meerdere klachten,\n                           zoals misselijkheid, braken en het uitspugen van de sonde. In mei 2023 kreeg patiënte\n                           een PEG-J sonde. Klager vindt – kort gezegd – dat de huisarts in de zorg omtrent de\n                           voorgeschreven medicatie, de sonde(voeding) en de klachten van patiënte tekort is\n                           geschoten. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.\n                           Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8378",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_93",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Klager klaagt over een door de psychiater opgesteld Pro Justitia-rapport waarin hij\n                           vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische stoornis,\n                           en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert. Volgens\n                           klager bevat het rapport veel feitelijke onjuistheden. Klager heeft bovendien contra-expertises\n                           laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren. Daarnaast klaagt hij\n                           over de bejegening door klager. Het college oordeelt dat klager geen gebruik heeft\n                           gemaakt van zijn inzage- en correctierecht, zodat eventuele feitelijke onjuistheden\n                           in beginsel voor zijn rekening en risico komen. Daarnaast oordeelt het college dat\n                           de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld en dat zijn bevindingen steun vinden in de\n                           aan hem n het kader van het onderzoek beschikbaar gestelde informatie. De risicotaxatie\n                           is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar. Dat verweerder klager\n                           onheus heeft bejegend, heeft het college niet kunnen vaststellen. Klacht ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8371",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_94",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Klager klaagt over een door de gz-psycholoog opgesteld Pro Justitia-rapport waarin\n                           zij vaststelt dat klager lijdt aan ASS, PTSS en een (ongespecificeerde) psychotische\n                           stoornis, en tbs met dwangverpleging en een vrijheidsbeperkende maatregel adviseert.\n                           Klager heeft contra-expertises laten uitvoeren die de diagnose en risicotaxatie bekritiseren.\n                           Het college oordeelt dat de gz-psycholoog zorgvuldig heeft gehandeld en haar conclusies\n                           voldoende heeft onderbouwd op basis van de beschikbare informatie. Er staan geen aantoonbaar\n                           feitelijke onjuistheden in het rapport en klager heeft de kans had om correcties aan\n                           te geven. De risicotaxatie is volgens de geldende richtlijnen uitgevoerd en navolgbaar.\n                           Klacht ongegrond"
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8528",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_95",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen klinisch psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek.\n                           Hij wenst te worden overgeplaatst naar een kliniek voor langdurige forensische psychiatrische\n                           zorg. Verweerder heeft een psychologisch onderzoek verricht en een rapport uitgebracht.\n                           Klager stelt dat verweerder in zijn rapport ten onrechte heeft opgenomen dat sprake\n                           is geweest van meerdere ontvluchtingsplannen en dat verweerder deze onjuistheid heeft\n                           gebruikt ter onderbouwing van het door hem geadviseerde beveiligingsniveau. Het college\n                           is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. De klinisch psycholoog baseerde\n                           zich op documenten van anderen en heeft geen gebruik gemaakte van zijn inzage- en\n                           correctierecht. Uit het rapport volgt verder dat verweerder het bestaan van een of\n                           meerdere ontvluchtingsplannen juist niet heeft gebruikt ter onderbouwing van het door\n                           hem geadviseerde beveiligingsniveau."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8620",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_96",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht gezondheidspsycholoog. Klager was bij de gezondheidspsycholoog\n                           onder behandeling in verband met trauma-gerelateerde klachten. Die behandeling is\n                           door verweerster beëindigd in verband met gevoelens van verliefdheid van klager jegens\n                           verweerster. Klager stelt dat verweerster de behandeling eerder had moeten stopzetten\n                           en dat verweerster haar beroepsgeheim heeft geschonden door e-mails van klager door\n                           te sturen naar de politie. Het college is van oordeel dat klager in zijn klacht kan\n                           worden ontvangen. Er staat geen rechtsregel in de weg aan de klacht van klager bij\n                           zowel het college als het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Verweerster\n                           wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat klager misbruik heeft gemaakt van zijn\n                           bevoegdheid door een klacht bij het college in te dienen. De omstandigheid dat klager\n                           is veroordeeld voor het stalken van verweerster en het feit dat hij over hetzelfde\n                           feitencomplex als in deze zaak een klacht bij het NIP heeft ingediend, zijn zowel\n                           op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, hiervoor onvoldoende. Het college\n                           is verder van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. Verweerster heeft, toen\n                           bleek dat klager gevoelens van verliefdheid voor haar had, de zorg heeft verleend\n                           die van haar mocht worden verwacht. Zij heeft haar beroepsgeheim niet geschonden."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRSHE:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7390",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRSHE_2026_97",
    "date": "20-05-2026",
    "description": "Gedeeltelijk gegronde klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. Nabestaanden van\n                           patiënt klagen onder meer over de weigering mee te werken aan een second opinion,\n                           het onterecht opleggen van een maatregel aan klager, onvoldoende toezicht en onvoldoende\n                           correctieve actie, onvoldoende bekend zijn met de patiënt en het niet waarborgen van\n                           complexe zorg. Klacht over second opinion en onvoldoende bekendheid met patiënt zijn\n                           gegrond. Verschillende rollen van verweerder: mediator, medebehandelaar, supervisor.\n                           In zijn rol van medebehandelaar had verweerder moeten verifiëren of een second opinion\n                           nog wel gewenst was. Verweerder heeft zich onvoldoende in het patiëntendossier verdiept.\n                           Voor het overige ongegrond. Waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2947",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_102",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Klacht van een zorgverzekeraar tegen en verpleegkundige. De verpleegkundige was enig\n                           aandeelhouder/bestuurder van een onderneming in de vorm van een besloten vennootschap\n                           die (thuis)zorg verleende. De onderneming declareerde zorgvergoedingen bij klaagster\n                           als zorgverzekeraar. Klaagster verwijt de verpleegkundige het declareren van niet\n                           geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt\n                           en het niet voldoen aan de dossierplicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht\n                           gegrond verklaard en aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van haar inschrijving\n                           in het BIG-register opgelegd. De verpleegkundige komt in beroep op tegen de zwaarte\n                           van de aan haar opgelegde maatregel en vraagt het Centraal Tuchtcollege om te volstaan\n                           met een lichtere maatregel. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8526",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_117",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De\n                           verpleegkundig specialist was regiebehandelaar van klaagster en heeft na het MDO klaagster\n                           geïnformeerd dat er contact zou worden opgenomen met haar moeder, ook nadat klaagster\n                           had aangegeven dit niet te willen. De verpleegkundig specialist is betrokken geweest\n                           bij het bepalen van dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig\n                           acuut was dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De verpleegkundig specialist\n                           heeft gereflecteerd op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8968",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_113",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Deels gegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster verwijt de gynaecoloog onder\n                           andere dat hij medisch onnodig en in strijd met het informed consent heeft gehandeld\n                           door zonder toestemming van klaagster haar ovarium te verwijderen, en dat hij onjuist\n                           en onvolledig verslag heeft gedaan aan de huisarts. Het college is van oordeel dat\n                           de gynaecoloog in dit geval de mogelijkheid van gehele verwijdering van het ovarium\n                           nadrukkelijk met klaagster had moeten bespreken. Alleen in geval van een medische\n                           situatie die de verwijdering van het ovarium op dat moment noodzakelijk maakte, had\n                           de gynaecoloog dat zonder specifieke toestemming van klaagster mogen doen; van een\n                           medische noodzaak was in dit geval geen sprake. Ook is de verslaglegging naar de huisarts\n                           ondermaats geweest. Berisping."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9241",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_114",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS gynaecoloog. Klaagster verwijt de AIOS\n                           dat hij haar zonder informed consent heeft laten instemmen met een episiotomie en\n                           haar daarbij heeft geïntimideerd. Omdat in het dossier helder is beschreven dat klaagster\n                           na overleg en uitleg toestemming heeft gegeven voor een episiotomie is de klacht dat\n                           informed consent ontbreekt, ongegrond. Dat de AIOS zich daarbij intimiderend zou hebben\n                           gedragen, wordt door hem ontkend. Het college kan bij tegengestelde verklaringen niet\n                           vaststellen wat er precies is gebeurd. Wel merkt het college op dat in het medisch\n                           dossier concreet en uitvoerig verslag is gedaan van het verloop van de bevalling en\n                           dat expliciet is vermeld dat klaagster na de bevalling blij was met het beloop en\n                           de begeleiding van de AIOS, wat in tegenspraak is met haar klacht. De klacht is kennelijk\n                           ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:97 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2843",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_97",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een (destijds) AIOS interne\n                           geneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht tegen de arts kennelijk ongegrond\n                           verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager\n                           afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3038",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_100",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Klacht tegen een huisarts. Klacht van dochter over de behandeling van haar inmiddels\n                           overleden moeder. De huisarts wordt verweten dat zij onvoldoende zorg heeft geleverd\n                           en niet adequaat heeft gehandeld in de fase van palliatieve zorg aan klaagsters moeder.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege\n                           verwerpt het beroep."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8524",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_115",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft haar beroepsgeheim geschonden\n                           door na een MDO contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster\n                           had aangegeven dit niet te willen. De psychiater was betrokken bij het bepalen van\n                           dat beleid. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was dat een\n                           andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd op de\n                           gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3015",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_98",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen met\n                           haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychiater. Nadat die behandelrelatie\n                           was geëindigd, is de psychiater gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster\n                           en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is\n                           klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling.\n                           Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw\n                           het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart\n                           dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster\n                           tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2938",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_101",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Klacht van de inspectie tegen een verpleegkundige. De inspectie verwijt de verpleegkundige\n                           dat zij seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie\n                           privécontact aan te gaan met een patiënt en aansluitend aan de behandelrelatie een\n                           seksuele en persoonlijke relatie aan te gaan met de patiënt. Ook verwijt de inspectie\n                           de verpleegkundige dat zij onprofessioneel heeft gehandeld door – zonder dat hiertoe\n                           een noodzaak bestond – medische informatie over patiënten met een derde te delen.\n                           Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de verpleegkundige\n                           de maatregel van schorsing opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan drie\n                           maanden voorwaardelijk. Zowel de inspectie als de verpleegkundige komen in beroep\n                           tegen de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het beroep van de inspectie slaagt. Het\n                           Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor\n                           zover daarbij een deels voorwaardelijke schorsing is opgelegd en legt de verpleegkundige\n                           een voorwaardelijke doorhaling van haar inschrijving in het BIG-register op."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZRAMS:2026:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8525",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZRAMS_2026_116",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater, die ook geneesheer-directeur\n                           is, heeft een afweging gemaakt in de rol van psychiater, en niet in de rol van geneesheer-directeur.\n                           Tweede tuchtnorm. De psychiater onderschreef het tijdens het MDO afgesproken beleid\n                           om contact op te nemen met de moeder van klaagster, ook nadat klaagster had aangegeven\n                           dit niet te willen. Er was geen sprake van een noodsituatie die zodanig acuut was\n                           dat een andere oplossing niet kon worden afgewacht. De psychiater heeft gereflecteerd\n                           op de gebeurtenis. Klacht gegrond, waarschuwing."
  },
  {
    "title": "ECLI:NL:TGZCTG:2026:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3016",
    "link": "https://tuchtrecht.overheid.nl/zoeken/resultaat/uitspraak/2026/ECLI_NL_TGZCTG_2026_99",
    "date": "19-05-2026",
    "description": "Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster heeft gedurende een aantal jaren samen\n                           met haar partner relatietherapie gevolgd bij de psychotherapeut. Nadat die behandelrelatie\n                           was geëindigd, is de psychotherapeut gebeld door de inmiddels ex-partner van klaagster\n                           en een buurvrouw, omdat zij zich zorgen maakten over klaagster. Diezelfde avond is\n                           klaagster opgehaald door de crisisdienst en gedwongen opgenomen in een gesloten GGZ-afdeling.\n                           Klaagster verwijt de psychotherapeut onder meer dat hij aan de ex-partner en de buurvrouw\n                           het advies heeft gegeven om de huisarts te bellen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart\n                           dit klachtonderdeel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster\n                           tegen dit deel van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege."
  }
]