Tuchtbode — Week 20, 2026
Welkom bij de Tuchtbode. In deze nieuwsbrief analyseren wij medisch-tuchtrechtelijke uitspraken van de afgelopen week met als doel het lerend vermogen in de zorg te vergroten. Deze editie bevat uitspraken over uiteenlopende thema’s als gezagsverhoudingen na suïcide, overplaatsing onder de Wet zorg en dwang, de grenzen van klachtbevoegdheid en zorgvuldige dossiervoering.
2. HOOFDPUNTEN & TRENDS
- Klachten van nabestaanden over handelen van zorgverleners na suïcide van een familielid worden in eerste aanleg veelal (kennelijk) ongegrond verklaard, mede wanneer de klachtprocedurele positie van klagers onvoldoende rechtstreeks blijkt.
- Klachten over onvrijwillige overplaatsing op grond van de Wet zorg en dwang zijn kennelijk ongegrond indien de zorginstelling aantoont dat de overplaatsing gedurende langere tijd met de familie is besproken en op valide argumenten berust.
- Bij klachten over medisch handelen waarbij het feitelijk relaas wordt betwist, hecht het college grote waarde aan een volledig en consistent medisch dossier; het ontbreken van documentatie van het verweten handelen leidt vaak tot ongegrondverklaring van de klacht.
3. STATISTIEKEN
- Totaal aantal zaken deze week: 9
- Aantal zaken per beroepsgroep:
- Geneesheer-directeur: 1
- Psychiater: 1
- Specialist ouderengeneeskunde: 1
- GZ-psycholoog: 1
- Huisarts: 5
- Aantal zaken waarin een maatregel is opgelegd: 0
4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN
Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:87 – Bekijk uitspraak
Beroepsgroep: Geneesheer-directeur
Kern van het verwijt: Nabestaande verwijt de geneesheer-directeur diverse aspecten van de behandeling van haar overleden echtgenoot en de gang van zaken na diens suïcide.
Uitspraak en maatregel: Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.
Motivering college: Het college oordeelt dat de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond is.
Leerpunten voor de praktijk:
- Zorg dat nabestaanden na een suïcide helder worden geïnformeerd over de rol en verantwoordelijkheden van een geneesheer-directeur; dit kan bijdragen aan het voorkomen van misverstanden die tot klachten leiden.
- Voor klagers is van belang dat niet ieder aspect van zorgverlening na overlijden tuchtrechtelijk kan worden toegerekend aan een individuele zorgverlener; de ontvankelijkheid hangt af van de rechtstreekse betrokkenheid.
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:89 – Bekijk uitspraak
Beroepsgroep: Specialist ouderengeneeskunde
Kern van het verwijt: Onterechte overplaatsing van een patiënte naar een gespecialiseerd zorgcentrum zonder instemming of overleg met de familie, volgens artikel 21 Wet zorg en dwang.
Uitspraak en maatregel: Kennelijk ongegrond.
Motivering college: Er was sprake van toename van gedragsproblematiek, verblijf in de kleinschalige woonvorm was niet langer passend, de overplaatsing is voortdurend en uitgebreid met de familie besproken, het betrof een besluit van de raad van bestuur en er lagen voldoende valide argumenten aan ten grondslag.
Leerpunten voor de praktijk:
- Documenteer bij een overplaatsing op grond van de Wzd zorgvuldig de gedragsobservaties die de noodzaak onderbouwen en leg vast hoe vaak en op welke wijze de familie is betrokken.
- Maak onderscheid tussen de wettelijke vereisten van overleg en het vragen van instemming; het herhaaldelijk bespreken van de argumenten met de familie kan bijdragen aan acceptatie, ook als instemming ontbreekt.
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:110 – Bekijk uitspraak
Beroepsgroep: Huisarts
Kern van het verwijt: Klaagster stelt dat de huisarts zijn beroepsgeheim schond door medische informatie van andere patiënten met haar te delen en dat hij de eed van Hippocrates schond door een gemaakte afspraak voor na zijn pensioen te ontkennen en niet meer met haar in gesprek te gaan.
Uitspraak en maatregel: Eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk; tweede klachtonderdeel kennelijk ongegrond.
Motivering college: Klaagster is niet-ontvankelijk in het eerste onderdeel omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is bij de vermeende schending van het beroepsgeheim ten aanzien van andere patiënten. Het tweede onderdeel is kennelijk ongegrond.
Leerpunten voor de praktijk:
- Het tuchtrecht kent een klachtbevoegdheid voor rechtstreeks belanghebbenden; wie niet zelf de patiënt is wiens geheim is geschonden, kan over dat specifieke verwijt niet klagen.
- Afspraken die samenhangen met een individuele behandelrelatie eindigen in beginsel met het pensioen van de zorgverlener; een beweerdelijke afspraak voor daarna valt in principe niet onder de tuchtnorm.
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:107 – Bekijk uitspraak
Beroepsgroep: Huisarts
Kern van het verwijt: Klager verwijt de huisarts dat zij tijdens een gezondheidscheck zonder toestemming een injectie heeft toegediend.
Uitspraak en maatregel: Kennelijk ongegrond.
Motivering college: Uit het verslag van de afspraak blijkt wel dat er bloed is geprikt bij klager, maar niet dat er een injectie is toegediend. Gelet op de toelichting van de huisarts ziet het college geen aanleiding om aan te nemen dat er niettemin toch een injectie zou zijn toegediend.
Leerpunten voor de praktijk:
- Een volledig en accuraat medisch dossier biedt de meest effectieve bescherming tegen feitelijke betwistingen van het handelen tijdens een consult.
- Leg elke handeling waarvoor toestemming noodzakelijk is expliciet vast, zodat bij een klacht direct uit het dossier blijkt wat wel en niet is uitgevoerd.
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:109 – Bekijk uitspraak
Beroepsgroep: Huisarts
Kern van het verwijt: Klaagster verwijt de huisarts dat hij tijdens een consult de indruk gaf haast te hebben en dat hij fouten maakte bij een injectie met Kenacort.
Uitspraak en maatregel: Ongegrond.
Motivering college: De opmerking die de huisarts maakte was misschien niet zo handig, maar het is niet gebleken dat hij klaagster opzettelijk onder druk heeft willen zetten om zich te haasten. Bij het injecteren van Kenacort in de bilspier is er een kleine kans op complicaties, ook al is de injectie op een correcte manier toegediend. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts fouten heeft gemaakt.
Leerpunten voor de praktijk:
- Let als zorgverlener op de bewoording tijdens een consult; opmerkingen die een gevoel van haast opwekken kunnen het vertrouwen schaden, ook als zij niet verwijtbaar zijn.
- Complicaties na een medische handeling zijn niet zonder meer aan te merken als een fout; het ontbreken van bewijs voor een onjuiste uitvoering leidt tot het oordeel dat het handelen tuchtrechtelijk niet verwijtbaar is.
5. CONCLUSIE
Deze week laat zien dat het tuchtrecht streng bewaakt wie als rechtstreeks belanghebbende kan klagen, en hoe belangrijk een deugdelijke dossieropbouw is bij betwiste feiten. Zorgvuldige communicatie met familie bij ingrijpende beslissingen over verblijf en behandelingen blijft een sleutel tot het voorkomen van misverstanden. Tegelijkertijd bevestigen de uitspraken dat een ongewenste uitkomst of complicatie op zichzelf niet wijst op een tuchtrechtelijk verwijt.