Overzicht medische tuchtzaken

20-04-2026 - 26-04-2026
15
Zaken
17
Week
2026
Jaar

1. INLEIDING

Welkom bij de Tuchtbode nieuwsbrief, week 17 (2026). Deze editie belicht 15 tuchtrechtelijke uitspraken, waarvan 13 in eerste aanleg en 2 beroepszaken. De nieuwsbrief draagt bij aan het lerend vermogen binnen de zorg door patronen en leerpunten uit recente beslissingen te distilleren. Deze week vallen vooral thema’s op rond dossiervoering, communicatie en de grenzen van tuchtrechtelijke aansprakelijkheid.


2. HOOFDPUNTEN & TRENDS

  • Dossiervoering als kritiek punt: Meerdere zaken tonen consequenties van onvolledige dossierregistratie, met name bij tandheelkundige behandelingen en preoperatieve informatieverstrekking.
  • Terminologie onder de loep: Het gebruik van vakjargon zoals "theatrale pijnuiting" leidde tot reflectie op taalgebruik, hoewel zonder tuchtrechtelijk gevolg.
  • Grens persoonlijke aansprakelijkheid: Bij intercollegiale conflicten of beslissingen buiten de professional om (bv. verlofregelingen) werd de klacht vaak als niet-ontvankelijk verklaard.

3. STATISTIEKEN

  • Totaal aantal zaken: 15
  • Beroepsgroepen:
  • Huisartsen: 6
  • Tandartsen/kaakchirurgen: 3
  • Verzekeringsartsen/AIOS: 4
  • Verpleegkundigen: 1
  • GZ-psychologen: 1
  • Maatregelen opgelegd: 5 (2 waarschuwingen, 2 berispingen, 1 publicatie in BIG-register).

4. MEEST ILLUSTRATIEVE ZAKEN

Zaken in eerste aanleg (regionale tuchtcolleges)

ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 (Link)

  • Beroepsgroep: Tandarts
  • Kern verwijt: Onvoldoende informatievoorziening vóór brugplaatsing en gebrekkige dossiervoering.
  • Uitspraak: Gedeeltelijk gegrond (waarschuwing).
  • Motivering: Geen dossiernotities over informatieverstrekking → risico ligt bij professional.
  • Leerpunt: Documenteer altijd mondelinge informatie én schriftelijke toestemming.

ECLI:NL:TGZRSHE:2026:75 (Link)

  • Beroepsgroep: Huisarts
  • Kern verwijt: Geen inzage verleend in dossiers van minderjarige kinderen tijdens complexe scheiding.
  • Uitspraak: Ongegrond.
  • Motivering: Arts handelde conform veiligheidsrichtlijnen; communicatie was adequaat ondanks emotionele context.
  • Leerpunt: Bij conflicten tussen ouders weegt veiligheid van kinderen zwaarder dan informatieplicht naar beide ouders.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 (Link)

  • Beroepsgroep: Verzekeringsarts
  • Kern verwijt: Gebruik van "theatrale pijnuiting" in verslaglegging.
  • Uitspraak: Ongegrond.
  • Citaat: "Zij begrijpt dat het woord negatief kan overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken."
  • Leerpunt: Vermijd stigmatiserende termen, zelfs als deze vaktechnisch correct zijn.

Beroepen (Centraal Tuchtcollege)

ECLI:NL:TGZCTG:2026:83 (Link)

  • Beroepsgroep: Tandarts
  • Kern verwijt: Scheve implantaten, onvoldoende onderzoek naar pijnklachten, en gebrekkige dossierregistratie.
  • Uitspraak: Gedeeltelijk gegrond (berisping + publicatie in BIG-register).
  • Motivering: Langdurig falen in dossierbeheer en late reacties op informatieverzoeken.
  • Leerpunt: Structureel dossierbeheer is essentieel; vertraging in informatieverstrekking verergert klachten.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 (Link)

  • Beroepsgroep: Kaakchirurg
  • Kern verwijt: Te veel weefsel verwijderd bij liplift, afwijken van operatieplan zonder overleg.
  • Uitspraak: Gegrond (berisping).
  • Motivering: Gebrek aan transparantie over wijzigingen in het behandelplan.
  • Leerpunt: Bespreek alle procedurewijzigingen direct met de patiënt, ook bij cosmetische ingrepen.

Atypische zaak:

ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 (Link)

  • Beroepsgroep: GZ-psycholoog
  • Kern verwijt: Geen betrokkenheid bij verlofregeling TBS-patiënt.
  • Uitspraak: Niet-ontvankelijk.
  • Motivering: Tuchtrecht vereist persoonlijke verwijtbaarheid; professional had geen rol in besluitvorming.
  • Leerpunt: Tuchtrechtelijke klachten moeten direct betrekking hebben op handelen van de professional.

5. CONCLUSIE

Deze week onderstreept het belang van transparante communicatie en zorgvuldige dossiervoering als terugkerende leerpunten. Opvallend is dat klachten over verzekeringsgeneeskundige adviezen veelvuldig als ongegrond werden beoordeeld, mits onderbouwd met vakinhoudelijke argumenten. Tegelijk tonen de gegronde zaken dat langdurige tekortkomingen in dossierbeheer of informatie-uitwisseling wél tot maatregelen leiden. Het tuchtrecht blijkt daarbij vooral te focussen op individueel handelen, niet op organisatorische of relationele conflicten buiten de directe zorgverlening.

Hieronder vind je een overzicht van de gepubliceerde abstracts van alle zaken van afgelopen week

📄 Alle Zaken

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8687
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Onder supervisie van een verzekeringsarts (verweerder in zaak A2025/8689) heeft de AIOS medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster verwijt de AIOS dat zij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de AIOS op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8656
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht van een nabestaande tegen een verpleegkundige. De (wijk)verpleegkundige is in de nacht voorafgaand aan het overlijden bij patiënte geweest op verzoek van klager, wegens buikpijn. De verpleegkundige is kort bij patiënte geweest en is weer weggegaan. Klager verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij geen adequate controles heeft gedaan en de situatie niet goed heeft ingeschat.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8688
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Twee (AIOS) verzekeringsartsen verweerders in A2025/8787 en 8689) hebben medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster was niet tevreden over deze adviezen en diende klachten in tegen het medisch adviesbureau. De rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster heeft vervolgens de verwerend verzekeringsarts gevraagd het onderzoek, met een nieuwe onderzoeksvraag, voort te zetten. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies (in concept) heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze zijn medisch advies heeft opgesteld, en dat hij in redelijkheid tot zijn (deel)conclusie heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8689
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Een arts in opleiding tot verzekeringsarts (verweerster in zaak A2025/8687) heeft onder supervisie van de verzekeringsarts medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Er heeft steeds overleg plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts en de AIOS over de adviezen, en de verzekeringsarts heeft de adviezen medeondertekend. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8693
24-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder meer het gebruik van onprofessionele bewoordingen en een onjuiste verslaglegging. In het medisch onderzoeksverslag beschrijft de verzekeringsarts de observatie ‘theatrale pijnuiting’. Zij voert aan dat dit een vakinhoudelijke benaming betreft voor een geobserveerde wijze van pijnexpressie. Zij begrijpt dat het woord negatief of stigmatiserend kan overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken. Het college acht de bewoordingen ‘theatrale pijnuiting’ minder gelukkig gekozen. Het college verbindt aan het gebruik van de term door de verzekeringsarts geen tuchtrechtelijke consequenties. Zij heeft niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door de vakterm te gebruiken.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2866
23-04-2026
Gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een implantaat bij klaagster geplaatst. Vanaf de plaatsing had klaagster (pijn)klachten rond het implantaat waarvoor zij diverse malen bij de tandarts is geweest. Vier jaar later, na het maken van een driedimensionale foto bleek dat de klachten van klaagster werden veroorzaakt doordat het implantaat scheef stond. Klaagster verwijt de tandarts dat hij het implantaat scheef en zonder sinuslifting heeft geplaatst en dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de oorzaak van de klachten die klaagster daarna had. Verder verwijt klaagster de tandarts dat hij het dossier gebrekkig heeft bijgehouden, geen klachtenregeling heeft en de zaak heeft gefrustreerd door niet/niet volledig/heel laat te voldoen aan informatieverzoeken van onder andere de tandheelkundige adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een berisping opgelegd en bepaald dat deze berisping, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2819
23-04-2026
Gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken, een facial feminization surgery) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd en een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het zonder voorafgaand overleg gebruiken van vicryl-hechtdraad gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht dat de kaakchirurg bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd gegrond en legt de kaakchirurg een berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3190 en C2026/3191
23-04-2026
Voorzittersbeslissing. Klager verblijft in een instelling waar de gz-psycholoog werkzaam is en verblijft daar op basis van TBS met dwang verpleging. Klager klaagt over zijn verlofregeling en de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af. In het tuchtrecht geldt het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid. De gz-psycholoog heeft geen betrokkenheid gehad bij de verlofregeling van klager of het besluit over het verjaardagsfeest.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8507
22-04-2026
Klacht van huisarts tegen huisarts waarmee zij een maatschapsovereenkomst was aangegaan. Mede wegens arbeidsongeschiktheid heeft de beklaagde huisarts de maatschap opgezegd. Klachtonderdelen die zien op het ondermijnen van de continuïteit van zorg door zonder overleg uitschrijving bij de Kamer van Koophandel te bewerkstelligen en het niet nakomen van de afspraken en verplichtingen binnen een medisch samenwerkingsverband, wat directe risico’s zou hebben opgeleverd voor de veiligheid en toegankelijkheid van zorg kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing/concretisering. Wat betreft het datalek medische gegevens patiënten heeft de beklaagde huisarts zich voldoende ingespannen om dit op te lossen tevens kennelijk ongegrond. Voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8714
22-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is terecht verwezen naar GGZ. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts niet goed heeft geluisterd naar klager of zaken niet goed heeft uitgelegd. Ook is niet gebleken dat de huisarts informatie heeft achtergehouden en niet alle mogelijkheden heeft besproken met klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8319
22-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Huisarts was niet gehouden om wederhoor toe te passen na consult met partner van klager en niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen in dossier van partner van klager. Gezien acute situatie met betrekking tot veiligheid van partner en minderjarige kinderen van klager is onthouden van informatie die in verband gebracht zou kunnen worden met hun verblijfplaats niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat de huisarts heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken. De huisarts is alleen verantwoordelijk voor persoonlijk handelen, onjuiste informatie in dossiernotitie is haar niet aan te rekenen. De huisarts heeft zich ingezet voor de belangen van de kinderen conform de geldende richtlijnen en gecommuniceerd met klager zoals een goede huisarts betaamt. Verwijt dat huisarts geen oog heeft gehad voor impact van handelen kan niet slagen, aangezien het tuchtrecht niet gaat over de (mogelijke) gevolgen van handelen.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7667
22-04-2026
Klacht tegen huisarts ongegrond. Partner en minderjarige kinderen van klager verbleven op geheime locatie. De huisarts was, onder de gegevens omstandigheden, niet verplicht om klager te informeren over verrichtingen (van niet ingrijpende aard) bij zijn minderjarige kinderen. Verrichtingen zijn bovendien niet door de huisarts zelf verricht. Verzoeken van klager om inzage in de medisch dossiers van kinderen zijn niet genegeerd. Communicatie had beter gekund, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De huisarts heeft klager wel serieus genomen en een adequate oplossing geboden. Publicatie.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8427
22-04-2026
Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk niet-ontvankelijk (ne bis in idem). Klaagster klaagt over hetzelfde feitencomplex als waarover het college in 2024 al onherroepelijk heeft beslist (ontbreken van gegevens in het medisch dossier).
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9332
22-04-2026
Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607
21-04-2026
Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie gegrond. Het college legt een waarschuwing op.
Bekijk volledige zaak →