📄 Alle Zaken
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995
03-04-2026
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige
seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling
waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje.
De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het
grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend
gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere
voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie.
Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt
besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig
verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners,
moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare
behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971
03-04-2026
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling
waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere
dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het
college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen
is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de
belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling
zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en
bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar
dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol
van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar
klacht.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865
02-04-2026
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door
de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking
bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult,
vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft
de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster
verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld
van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd
om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart
de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977
02-04-2026
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten
en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit
werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie
van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis
opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij
is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de
diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit
en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661
02-04-2026
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens
van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft
de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen
gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen
en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel
dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan
en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat
de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende
heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft
de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot
haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk
ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het
Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt
het beroep voor het overige.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020
02-04-2026
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten
behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de
organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager
is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog
als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen
in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd,
maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening
is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager
niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag
staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond
verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662
02-04-2026
Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens
van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft
de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld,
door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot
een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit
de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de
rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater
stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen
in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar
het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen
komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken
omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft
de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep
gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021
02-04-2026
Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast
onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding
De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode
dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en
verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte
van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken
worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt
door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt
ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar
voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal
Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege
verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868
02-04-2026
Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen
op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de
gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts
was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding
van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij
de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard,
maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld.
Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2643
02-04-2026
Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg
heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij
is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij
de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang
van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel
meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt.
Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij
gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen
later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt
nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven
ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal
Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond
en legt aan de arts de maatregel van berisping op.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875
02-04-2026
Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft
sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste
huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee
weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een
heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische
oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang
niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.
Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep
voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2791
02-04-2026
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar
moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd
niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie en
de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De arts was de
behandelend arts van de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de
klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met
die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975
02-04-2026
Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld
toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met
klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij
klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard
en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens
met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog
een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege
verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel
73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2792
02-04-2026
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft een klacht ingediend
over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum.
Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring
van de medicatie die werd ingesteld en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid
van haar moeder. De specialist ouderengeneeskundige was op twee momenten betrokken
bij de zorg aan de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht
van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing
en verwerpt het beroep van klaagster.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZCTG:2026:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2976
02-04-2026
Klager verwijt de arts dat zij niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld en zich bovendien
neerbuigend en discriminerend heeft uitgelaten onder meer in de brief aan de huisarts
van klager.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt
ook dat de klacht ongegrond is, en verwerpt het beroep van klager.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7841
01-04-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Ouders van patiënte die tijdens haar
opname op de crisisafdeling van een medisch centrum suïcide pleegde, verwijten de
psychiater onzorgvuldig handelen en het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose
op basis waarvan patiënte het medisch centrum moest verlaten, zonder adequate opvang
elders. Indiening van klacht door nabestaanden. De te veronderstellen wil van de overleden
patiënt. Multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag.
Geen aanknopingspunten voor onzorgvuldig handelen noch voor het stellen van een ongefundeerde
foutieve diagnose.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8047
01-04-2026
Deels gegronde klacht tegen psychiater werkzaam in de PI. Geen maatregel. Moeder en
zus van overleden patiënte verwijten de psychiater een gebrek aan communicatie met
de andere artsen en het off-label voorschrijven van doxazosine en tamsulosine. Voldoende
overleg met de andere artsen. Regelmatige bespreking van patiënte in het PMO. Inzicht
in de medicatie die aan patiënte was voorgeschreven. Art. 68 lid 1 Geneesmiddelenwet.
Voorschrijven van medicatie voor indicaties waarvoor de middelen niet zijn geregistreerd.
Permissieve richtlijn wel voor doxazosine maar niet voor tamsulosine. Geen overleg
met apotheker over wenselijkheid en dosering van tamsulosine is tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Zoektocht naar onconventionele medicatie vanwege complexe casus en prangende hulpvraag
van patiënte.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8616
01-04-2026
Klager klaagt over een tandarts omdat zij tijdens een gebitsreiniging in 2015 zijn
tanden en tandvlees opzettelijk zou hebben beschadigd, hem heeft misleid over haar
functie en het medisch dossier heeft aangepast. Het tuchtcollege oordeelt dat niet
kan worden vastgesteld dat de schade door de behandeling is veroorzaakt, omdat deze
meerdere oorzaken kan hebben. Ook de over klachtonderdelen zijn ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7807
01-04-2026
Klager klaagt tegen een tandarts over declaraties die de tandarts heeft gestuurd terwijl
een all-in prijs was afgesproken, de behandeling zelf en de communicatie. Het college
oordeelt dat de tandarts onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over extra kosten
buiten de afgesproken all-in prijs, waardoor één factuur onterecht was. Daarnaast
zijn de implantaten niet correct (te ondiep) geplaatst, wat in dit geval medisch onzorgvuldig
is. De overige klachten zijn ongegrond. De tandarts krijgt mede omdat hij er geen
blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen, een berisping.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8867
01-04-2026
Klager dient een klacht in tegen de door de tandarts in 2016 geplaatst implantaat.
Klager heeft in 2025 last gekregen van een loszittende kroon en dat is volgens hem
het gevolg van het feit dat er al sinds 2016 sprake is van een breuk in het tussenstuk.
Het college stelt vast dat er op röntgenfoto’s geen breuk te zien is en oordeelt dat
het ook zeer onwaarschijnlijk is dat hiervan pas negen jaar na de plaatsing blijkt.
De tandarts heeft ook voor het overige niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8772
31-03-2026
Gegronde klacht tegen een arbo-arts. De arts heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld,
zowel in zijn medische beoordeling als in zijn professionele opstelling. De arts heeft
vastgehouden aan een vooraf ingenomen standpunt, zonder voldoende ruimte te laten
voor alternatieve medische verklaringen van de klachten. Diagnostische benadering
was beperkt. Onvoldoende gebleken van een open en luisterende houding. Klacht gegrond.
Geen blijk van reflectie. Berisping opgelegd met bekendmaking in het register.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8563
31-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager verwijt de arts dat zij rapportages
heeft opgesteld op basis van een ander ziektebeeld en dat zij niet heeft meegewerkt
aan de aanvraag van een second opinion. Niet is gebleken dat de arts zonder aanleiding
een medische klacht heeft betrokken bij de beoordeling. Aannemelijk dat klager niet
eerder een second opinion had aangevraagd. Overige klachtonderdelen ook kennelijk
ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8455
31-03-2026
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk
omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk
ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de gz-psycholoog gemotiveerd bestreden.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8456
31-03-2026
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk
omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk
ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de verpleegkundige gemotiveerd
bestreden.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457
31-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat
zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of
mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van
zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8549
31-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater een
gebrek aan transparantie, het invoeren van een retroactieve diagnose en onprofessioneel
en agressief gedrag. Uit het dossier blijkt dat de psychiater klager steeds uitgebreid
te woord heeft gestaan en de behandeling heeft proberen toe te lichten. Geen aanwijzingen
dat de psychiater zich onprofessioneel of agressief heeft gedragen. Het invoeren van
de diagnose in het dossier was een administratieve handeling waarbij de psychiater
niet betrokken was. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7987
31-03-2026
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft een consult gehad bij een
bedrijfsarts in opleiding. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld als supervisor van
de bedrijfsarts in opleiding. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond
Bekijk volledige zaak →
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8550
31-03-2026
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klager verwijt de gz-psycholoog
dat zij hem geen toegang heeft gegeven tot zijn dossier, ten onrechte diagnoses aan
zijn medisch dossier heeft toegevoegd en heeft gedreigd met een Veilig Thuis-melding.
Klager heeft ruimschoots binnen de wettelijke termijn een afschrift van zijn dossier
ontvangen. Het toevoegen van diagnoses in het dossier betreft een administratieve
handeling en de gz-psycholoog heeft vooraf overlegd met de psychiater. Niet gebleken
dat de gz-psycholoog een Veilig Thuis-melding heeft gedaan. Alle klachtonderdelen
zijn kennelijk ongegrond.
Bekijk volledige zaak →